BOUWSTENEN

Snelheid & poorten

Binnen de woonkamers kiezen we voor zone 30, daarbuiten voor zone 50 of zone 70.

ZONE 30

Verlagen van de snelheid in een woon- of schoolomgeving zorgt voor een veiligere, gezondere, kindvriendelijkere en kwaliteitsvollere (leef-)omgeving voor bewoners, fietsers en voetgangers.

5.png

POORTEN

Waar de snelheid verandert, wordt gewerkt met een poorteffect. Dit kan met behulp van:

  • Wegversmallingen

  • Plateaus

  • Berlijnse kussens

  • Asverschuivingen

  • Groen

6.png

Circulatiemaatregelen

Filters

Om het gemotoriseerd verkeer te sturen kunnen circulatiemaatregelen (of filters) genomen worden. Dit kan gaan om het enkelrichting maken van een straat (autoverkeer in één richting weren) of om knippen (autoverkeer in beide richtingen weren).

Speciale gevallen zijn bv. een bussluis of tractorsluis waar dergelijke grotere voertuigen wel kunnen passeren, maar autoverkeer niet. Ook een diagonale knip ter hoogte van een kruispunt is een speciaal geval

7.png

Kongostraat Turnhout

Type wegen

TRAGE WEGEN - DOORSTEKEN

Trage wegen kunnen ingezet worden voor voetgangers en fietsers. Ze hebben veelal een recreatieve rol of voor korte functionele verplaatsingen. Hierdoor kunnen de actieve weggebruikers de kortste weg genieten. In buitengebied worden deze wegen ook vaak gebruikt door landbouwverkeer.

13.jpg

VOETGANGERSGEBIED - PLEINEN

De voetgangerszone geeft het volledig publiek domein binnen de zone aan de voetganger. De klemtoon ligt er op verblijven en alles wat daarbij hoort qua sferen en activiteiten.

In het voetgangersgebied is geen gemotoriseerd verkeer toegelaten met uitzondering van vergunningshouders (bewoners met garage, leveranciers, medische beroepen en zorgverstrekkers). Fietsers worden toegelaten op bepaalde assen of binnen bepaalde tijdsvensters.

Parken, pleinen en centrumgebieden zijn de bekendste voetgangerszones.

8.png
8.jpg
9.jpg

VECTRIS, MOBER, ontwerpend onderzoek, studiebureau, mobiliteitstoets, mobiliteitsstudie, mobiliteitseffectenrapport, ontwerp, mobiliteitsplan, sluipverkeer, vervoersplan, verkeersonderzoek, leefbaarheidsplan, circulatieplan, verkeersveiligheid, zwarte knopen, bedrijfsvervoersplan, sitevervoersplan, stedenbouw, fiets, auto, trein, openbaar vervoer, tram, onderzoek, milieu, gebouwen, publieke ruimte, openbare ruimte, verkeer, mobiliteit, file, wachtrijen, knooppunten, kruispunten, straten, Leuven, parkeren, wegenwerken, routeplanners, speelstraten, circulatieplan, laadpunten, elektrische fiets, woonstraten, leefstraten, buggy, kinderen, bedrijfswagen, salariswagen, poolwagen, ITS, verkeersmodel, stedelijk, stad, gemeente, duurzaam, emissies, spoor, uitstoot, voetafdruk, vervuiling, smart mobility, big data, voetgangersanalyse, voetganger, fietser, wandelaar, bakfiets, mobiliteitsbeleid, luchtvaart, vrachtwagens, transport, klimaat, 

ERFAANLEG - WOONERF

Woonerven worden aangelegd in omgevingen waar de ruimte voor verkeer beperkt is en de straat geen onderdeel is van een route voor doorgaand verkeer. Er wordt door het gebrek aan ruimte geen scheiding van de verschillende verkeersmodi toegepast.

Het woonerf is een ‘shared space’ waar voetgangers, fietsers en gemotoriseerd verkeer dus dezelfde ruimte delen. De straat wordt van gevel tot gevel op hetzelfde niveau aangelegd. De snelheid is er beperkt tot 20km/u. De inrichting van het woonerf moet dan ook deze maximumsnelheid ondersteunen. Mede door die inrichting worden busroutes door woonerven vermeden. Bestuurders mogen voetgangers niet in gevaar brengen en voetgangers mogen verkeer niet nodeloos belemmeren

10.png
11.jpg
12.jpg

LEEFSTRAAT - TUINSTRAAT

In een leefstraat of tuinstraat wordt de straat, al dan niet tijdelijk, ingericht als uitbreiding van de privésfeer in een collectieve buitenruimte / gedeelde tuin van de bewoners. Spelen en ontmoeten kan op die manier in een veilige en leuke autovrije omgeving.

Een leefstraat is een straat die tijdelijk autoluw of autovrij gemaakt wordt en een nieuwe invulling krijgt.

In een tuinstraat wordt gestreefd naar maximaal vergroenen en verblauwen (water): bestaande verhardingen vervangen door plantvakken, bomen, kruiden- en moestuintjes, grasperkjes, klimplanten,…

14.jpg
15.jpg

SPEELSTRAAT

Een speelstraat kan gezien worden als een proefopstelling. Tijdens de periode van de speelstraat wordt de straat afgesloten voor doorgaand autoverkeer. Enkel wie in de straat woont mag met de wagen de straat in, maar moet stapvoets rijden. Parkeren mag in een speelstraat maar er wordt aangeraden om buiten de speelstraat te parkeren.

23.jpg

Fietsinfrastructuur

FIETSSTRAAT - FIETSZONE

Fietsstraten zijn een vorm van gemengd verkeer en worden toegepast op wegen waar reeds een aandeel fietsers van gebruik maken en waar de auto-intensiteiten beperkt zijn. Een fietsstraat maakt van een straat een fietsas waar de fietser de hoofdrol speelt. De auto is er te gast. Een fietszone is een aaneengesloten netwerk van fietsstraten.

In een fietsstraat mogen fietsers bij eenrichtingsverkeer de volledige breedte van de rijbaan gebruiken, bij tweerichtingsverkeer mogen ze de rechterhelft gebruiken. De snelheid van alle verkeer wordt beperkt tot 30km/u. Een fietsstraat wordt liefst ondersteund door vermindering van auto-intensiteiten. Het karakter en de inrichting van de fietsstraat speelt daarin een belangrijke rol.

18.jpg
16.png
17.png

FIETSSUGGESTIESTROKEN

Een fietssuggestiestrook is niet opgenomen in het verkeersreglement, en heeft dus ook geen juridische basis. De fietssuggestiestrook maakt deel uit van de rijbaan. Ze hebben als doel om de rijweg zelf visueel te versmallen en een duidelijke strook voor fietsers te creëren. Om te vermijden dat de fietsers naar de rand van de rijbaan verdrongen worden, mogen de fietssuggestiestroken niet te smal zijn. Anderzijds dient de middenstrook (de ruimte tussen de fietssuggestiestroken) minimaal de breedte van een voertuig te hebben.

19.png
20.jpg

FIETSPADEN

Om de veiligheid voor fietsers te verbeteren worden er in zone 50 en zone 70 in principe fietspaden voorzien. In zone 50 kan dit aanliggend zijn (met een schrikstrook tussen rijweg en fietspad), in zone 70 wordt in principe gekozen voor vrijliggende fietspaden (gescheiden van de rijweg door bv. een groenstrook). Concrete normen zoals breedtes, bochtstralen, hellingen… worden beschreven in het vademecum fietsvoorzieningen.

24.jpg

FIETSSNELWEGEN

De fietssnelweg is het hoogste niveau van de bovenlokale fietsroutes. Hiervoor zijn aparte normen uitgewerkt. Fietssnelwegen moeten ontworpen en uitgevoerd worden in overeenstemming met strenge kwaliteitsnormen. Het gaat hier bijvoorbeeld over breedte, bochtstralen, materiaalkeuze en kruispuntontwerp.

In de praktijk kunnen fietssnelwegen verschillende vormen aannemen op het vlak van juridisch statuut en verkeerstechnische vormgeving, zoals:

  • Wegen voorbehouden voor fietsverkeer

  • Wegen voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers en ruiters

  • Fietsstraten

  • Jaagpaden (na overleg met de waterwegbeheerder)

  • Verlaten spoorwegbeddingen en fietswegen langs spoorlijnen in gebruik

26.jpg
25.jfif

Schoolomgevingen

OCTOPUS

Het octopusplan is een initiatief van de voetgangersbeweging. Het Octopusplan staat voor duurzaam woon-schoolverkeer en kindvriendelijke schoolomgevingen en -routes. Het heeft als doelstelling om veiligere schoolomgevingen en –routes te creëren om op die manier ervoor te zorgen dat meer kinderen te voet of met de fiets naar school gaan. Met het typische straatmeubilair en wegmarkering wordt de school zichtbaarder in het wegbeeld.

21.jpg

SCHOOLSTRAAT

De chaos voor de schoolpoort wordt door het instellen van een schoolstraat vermeden omdat meer ruimte gemaakt wordt voor voetgangers en fietsers. Door Kiss & Ride en kortparkeren aan de rand van het gebied te houden ontstaat een autoluw gebied.

Een schoolstraat (officieel opgenomen in de wegcode in 2018) is een straat die aan het begin en einde van de schooldag gedurende een half uur wordt afgesloten.

Gemotoriseerd verkeer is niet toegelaten, behalve voor:

  1. bestuurders van motorvoertuigen die in de straat wonen of van wie de garage in die straat gelegen is;

  2. prioritaire voertuigen wanneer de aard van hun opdracht het rechtvaardigt;

  3. voertuigen in het bezit van een vergunning afgegeven door de wegbeheerder.

23.PNG
22.jpg

Openbaar vervoer en intermodaliteit

In het kader van de vervoerregio’s wordt het netwerk van het openbaar vervoer herdacht. In dat kader wordt “vervoer op maat” uitgewerkt als aanvullend aanbod op het reguliere busnetwerk. Daarnaast worden een aantal Hoppinpunten bepaald waar de overstap tussen verschillende modi optimaal wordt georganiseerd. Denk hierbij aan een verzamelpunt met bushalte, deelwagens, deelfietsen, parkeergelegenheid, …

Parkeren

Een belangrijk aspect bij de sturende maatregelen is het parkeerbeleid. Een groot aanbod aan parkeercapaciteit heeft een aanzuigend effect en zorgt ervoor dat de wagen aantrekkelijk is voor bepaalde verplaatsingen. Het afbouwen van het aantal parkeerplaatsen zorgt er ook voor dat minder makkelijk een parkeerplaats wordt gevonden; door deze ingreep te combineren met een beter aanbod aan kwaliteitsvolle fietsenstallingen kan een aanzet worden gedaan voor een modal shift. Ook het parkeerregime kan een effect hebben op de parkeerdruk in straten. Een blauwe zone of kortparkeren kan de rotatie doen stijgen (op één parkeerplaats kunnen meer wagens parkeren). Ten slotte kan ook ingezet worden op bewonerskaarten wanneer duidelijk is dat de parkeerdruk vooral vanuit de bewoners zelf wordt gecreëerd (terwijl er bv. voldoende opritten en garages zijn) en op autodelen.

17.jpg
28.jpg